Het is maandag en bijna 8.00 uur in de morgen. Ik sta vlak voor een grote betonnen gebouw wat de lagere school moet wezen. In dit gebouw gaat het dus allemaal gebeuren. Hier krijgen onze  kinderen (programma en/of de kinderen van de straat) les. Hoi Teacher! Zo noemen de kinderen mij (ondergetekende) al vanaf het begin dat ik hier ben in Roemenië. Ik draai mij om en zie een paar bekende gezichten van het programma naar mij toe lopen. Voordat ik het weet heb ik al een aantal kinderen om mij heen. Samen lopen we de school binnen en wijzen ze mij de weg naar de docentenkamer. Ik wordt daar welkom geheten en in het kort geïntroduceerd door mevrouw Dabacan die bij ons op het studieprogramma vrijwilligster is. De directrice legt nog even uit wat de bedoeling is, waarom ik hier ben en dat ik in alle klassen van 1 t/m 4 ga kijken hoe er gewerkt wordt. Laten we beginnen bij klas 1.

Voordat ik verder ga moet ik eerst wat uitleggen. Ik ben aan het begin van het schoolseizoen begonnen met mijn opleiding als onderwijsassistent. Dit is een Nederlandse opleiding die ik doe in Roemenië als thuisstudie. Na een aantal maanden theorie te hebben gedaan en mijn Roemeense taal een stuk verbetert is, komt er nu een tijd om op de lagere school waar onze kinderen naar toegaan eens te bezoeken en daarmee ook naast het studieprogramma als stagiaire aan de slag gaan. Omdat Associatia Laleaua een leerbedrijf is geworden mag ik van de school langs komen. Om de school beter te leren kennen heb ik eerst in alle klassen van 1 t/m 4 (leeftijdsgroep 3 t/m 6 in Nederland) geobserveerd hoe hier door juffen en meesters gewerkt wordt. Klas 1 t/m 4 kun je een beetje vergelijken met het basisonderwijs in Nederland. Zo ben ik de afgelopen anderhalve week bezig geweest en kan ik u vertellen dat ik zeer geschokt ben wat ik gezien en opgemerkt heb. Natuurlijk wist ik al een klein beetje wat ik op school kon verwachten als het gaat om de problematiek rond de zigeunerkinderen op school. Maar als je daar geweest bent dan komt het toch heel hard aan en krijg je een nog beter beeld van de problemen die er zijn op de school. Graag neem ik u mee naar de lagere school en probeer ik in twee verhalen een feitelijk beeld te schetsen hoe de lagere school werkt en waarom ons studieprogramma zo belangrijk is.

Ik stap met de juf van klas 1 het lokaal binnen. Buna dimineata! (Goede morgen). Wij groeten terug naar de kinderen die allen in hun schoolbankje hebben plaats genomen. Meteen zie ik bekende gezichten van het studieprogramma en van de straat. De scheiding tussen zigeuners en Roemenen (zigeuners zijn ook Roemenen, maar het is ter verduidelijking) is meteen te zien. Rechts zitten de Roemenen en links en achterin de zigeuners. Dit is in elke klas het geval, behalve bij de klas van mevrouw Dabacan. Ik wordt kort voorgesteld en neem plaats achterin. Waarom zitten de kinderen zo gescheiden en niet door elkaar? Dat willen de ouders van de Roemeense kinderen antwoordde de juf mij. Ze willen niet dat hun kind naast iemand gaat zitten die vies en onhygiënisch is. Ik kijk naar onze kinderen. Ach er zitten een paar kinderen bij waar je niet graag naast zou willen zitten, maar de meeste zien er toch net als de andere kinderen er gewoon uit. Een gevoel van discriminatie komt naar boven. De juf begint met rekenles waarbij eerst het huiswerk van iedereen nagekeken wordt. In klas 1 al huiswerk? Ik probeer mij te herinneren of ik ooit huiswerk voor rekenen had op de basisschool. Ik geloof van niet. Misschien in groep 7. Hier is het volstrekt normaal. Iedereen had zijn huiswerk af behalve de zigeuners waarbij de meesten niet eens gevraagd werden. De grote reden? Het is te moeilijk. Dit bleek later ook in de les waarbij sommen werden gemaakt boven de twintig en daarna zelfs een leessom die ze moesten oplossen. Een aantal kinderen van ons programma hebben al moeite met sommen tot de tien en leren sommige nog de getallenlijn tot de 10. Laat staan dat ze een leessom kunnen oplossen. Dat is ook de reden waarom wij op het studieprogramma niet met  huiswerk van kinderen bezig zijn, dan alleen een paar die het wel aankunnen. De rest participeert in een programma die wel op hun niveau ligt.

In klas 1 is het niveau verschil nog niet zo groot, maar in de hogere klassen is dat wel duidelijk te zien. De gevolgen zijn enorm. Ze worden buiten het lesprogramma gehouden waardoor kinderen niets doen en dus de dag doorbrengen met neus leeg peuteren. Anderen krijgen bezigheidstherapie door ze wat sommetjes te geven en letters op te schrijven in hun schrift om de dag door te komen. Ze krijgen nauwelijks tot geen aandacht en leren daardoor ook niets. Het is triest om te zien dat bijvoorbeeld een meisje in klas 4 al vier jaar lang bezig is om de cijfers van 1 tot de 10 en de letters van het alfabet zit te schrijven in haar schriftje. Je zou denken waarom niet terug naar klas 1? Nee, dat kan niet want alle kinderen moeten overgaan naar volgende klas. Je kunt immers niet je levenlang in klas 1 blijven zitten. Geef haar dan iets wat haar dan motiveert was mijn vervolg vraag. Ach, dit meisje kan helemaal niets en komt op school voor het broodje en de melk wat ze van school krijgt. De ouders zijn totaal niet stimulerend en  geïnteresseerd en komen daardoor al erg weinig op school. Dat is bijna de waarheid zeg ik tegen mijzelf, maar niet correct. Want waar is dan de verantwoordelijkheid van de school? Dit soort les motiveert een kind toch niet om elke dag naar school te gaan? Op het studieprogramma heb ik gemerkt dat deze kinderen best graag iets willen leren. Alleen moet je ze het wel aanbieden. Een gevoel van onrecht kruipt naar boven en zou ik graag dit soort mensen een dreun willen verkopen. Alleen bij mevrouw Dabacan heb ik kunnen zien dat ze er energie in steekt wat ook weer heel veel energie en frustraties oplevert.

Valer

Waarom wordt er niet ingegrepen door de school? Het is toch duidelijk dat ze niet mee kunnen komen? Als ik zie dat in klas 3 een jongen zichzelf snijd en kinderen bedreigt met stenen, moet meteen geholpen wordt door een psycholoog. Of een jongen die ADHD heeft meteen hulp geven door extra privé les. Terwijl op ons programma Casian (zie foto links onder) en Valer (zie foto rechts) ook duidelijke symptomen hebben van ADHD en geen extra hulp krijgen op school. Discriminatie komt weer naar boven. Toch moeten we het relativeren en niet meteen discriminatie roepen. Het is aan de andere kant ook begrijpelijk. Onze kinderen komen niet elke dag op school en missen daardoor al een hele hoop. Stimulatie en interesse van de ouders zijn ook ver te zoeken en daar komt bij dat volgens de intelligentietest die Jorine afgenomen heeft op het studieprogramma de kinderen zo laag scoren dat ze eigenlijk in elke opzicht helemaal niet mee kunnen komen in het onderwijssysteem wat gegeven wordt op de lagere school. 

Casian met zijn zusje IoanaWe moeten concluderen dat deze kinderen speciaal onderwijs nodig hebben en niet thuis horen op de lager school. Ook de juffen en meesters zijn het daar mee eens. Alleen bestaat er geen speciaal onderwijs in Tarnaveni, dan alleen bij ons op het studieprogramma. Ook geven zij (non)-verbaal aan dat ze geen raad weten hoe ze met deze kinderen moeten werken en krijgen de kinderen vaak hele vervelende en lompe opmerkingen naar hen toe geslingerd, maar in wezen is het gewoon machteloosheid en kunnen zij de kinderen niet geven waar ze recht op hebben. En dat is recht op goed onderwijs!

 

Wilt u meer verhalen over mij lezen? Ga dan even naar http://bramvanhouwelingen.blogspot.com/

Logo

Nieuwsbrief

Inlogformulier